Culturele eigenheid en zelfbeschikking van allochtone zorgvragers
Behalve individuele zelfbeschikking bestaat er ook culturele zelfbeschikking: de mogelijkheid van een groep of leden van een groep om te leven volgens de eigen culturele of religieuze opvattingen en gebruiken. Een simpel voorbeeld is het menu voor bewoners in een verpleeghuis: kunnen zij slechts kiezen tussen gebakken aardappels of puree, of past het menu bij hun culturele achtergrond en voldoet het aan religieuze spijswetten. Ook aan culturele zelfbeschikking zitten echter weer grenzen.
Een aantal onderwerpen heeft al voor veel discussie gezorgd. Moeten medische protocollen aangepast worden aan allochtone patiëntengroepen? Dat roept vragen op over de kwaliteit en de controleerbaarheid. Een uitsluitend westerse oriëntatie blijkt allochtone patiënten echter buiten te sluiten, zeker in de geestelijke gezondheidszorg. Soms gaan zij daarom naar alternatieve hulpverleners. Maar hoe betrouwbaar zijn die? Reguliere zorgverleners vragen zich dan ook af of ze niet meer ruimte moeten geven aan cultuureigen therapieën. Een ander discussiepunt is of etnische herkomst geregistreerd moet worden. Dat geeft informatie over specifieke problemen in bepaalde groepen, zoals hogere kindersterfte onder allochtonen. Maar privacyoverwegingen en het gevaar van misbruik pleiten weer tegen registreren.
Vooral is onduidelijk welke rol de overheid moet spelen, want vraagsturing en het streven naar algemene voorzieningen voor iedereen zijn botsende beleidsuitgangspunten. Op dit moment overheerst het laatste, wat te weinig ruimte laat voor nieuwe initiatieven. Zorg die past bij iemands culturele achtergrond is daarom vaak niet beschikbaar. Tegelijkertijd zitten aan die vorm van culturele zelfbeschikking wel grenzen. Normen als controleerbaarheid, gelijke behandeling en samenhang moeten ook bewaakt worden.