Drang en informele dwang in de zorg
Iemands recht op zelfbeschikking kan ingeperkt worden in het belang van anderen, maar ook door drang of dwang in het belang van de persoon zelf. Zo wordt drang uitgeoefend wanneer een longarts in elk gesprek haar patiënt onder druk zet om te stoppen met roken. Verder dan dat gaat bemoeizorg bij ‘zorgwekkende zorgmijders’: mensen met ernstige sociale en psychiatrische problemen. Moreel probleem bij deze vormen van drang is wie bepaalt welke zorg iemand nodig heeft, op grond waarvan, en hoe ver je daarin mag gaan.
Bij dwang wordt de vrijheid letterlijk ingeperkt. Daarom is dwang problematisch, zelfs als het in het belang van de patiënt is. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer thuiszorgmedewerkers of mantelzorgers een dementerende vrouw opsluiten in haar huis, omdat zij anders ’s nachts boodschappen gaat doen. Voor zulke vormen van informele dwang, buiten de medische kaders om, is echter niets geregeld. Dat is wel nodig, want vergrijzing en tekorten in de zorg zullen tot meer dwanghandelingen leiden. De inperking kan bovendien erg ver gaan, zoals bij vastbinden in bed.
Er is weinig bekend over hoe vaak drang en informele dwang voorkomen in verschillende sectoren, en over de ethische implicaties daarvan. De ‘liberale ethiek’ en de ‘zorgethiek’ benaderen het probleem vanuit heel verschillende kaders. Richtlijnen lijken in ieder geval gewenst, maar niet alles is op te lossen met procedures. Zorgverleners moeten zelf reflecteren op dwang en drang. Zij worden echter geconfronteerd met personeelstekorten die kunnen leiden tot onacceptabele inperking van de vrijheid van patiënten. Organisatorische tekortkomingen resulteren dan in moreel onaanvaardbare situaties.