Abortus provocatus
In Nederland is zwangerschapsonderbreking (abortus provocatus) wettelijk toegestaan tot 24 weken zwangerschap. In de praktijk ligt de grens bij ongeveer 21 weken. Dat komt doordat een foetus al op jongere leeftijd levensvatbaar is.
Een zwangere vrouw bepaalt zelf of zij zich in een noodsituatie bevindt die abortus rechtvaardigt. Abortus vindt plaats in ziekenhuizen en klinieken met een vergunning daarvoor. Sinds 2000 kunnen vrouwen ook kiezen voor de abortuspil. Deze behandeling wordt ook begeleid door een kliniek of een ziekenhuis.
Ethische kwesties:
- Hoe is het gesteld met de morele status en de beschermwaardigheid van een foetus?
- Hoe is te voorkomen dat de abortusbeslissing (als eigen keuze van de vrouw in een noodsituatie) wordt beïnvloed door het mogelijk gebruik van foetaal materiaal voor (de ontwikkeling van) therapieën?
- Is het toelaatbaar om humaan materiaal dat verkregen is na abortus provocatus, te gebruiken voor de behandeling van zieken?
- Hoe verhoudt zich de autonomie van de vrouw tot de beschermwaardigheid van de foetus?
- Door prenatale diagnostiek en screening weet een zwangere vrouw in een vroeg stadium of haar kind gehandicapt is. In hoeverre is dat al dan niet gewenst? Is zij vrij in haar keuze?