Geneesmiddelen(onderzoek) bij kinderen

Er is nog weinig bekend over de effecten van geneesmiddelen op kinderen. Kinderen worden vaak behandeld als ‘kleine volwassenen’ als het gaat om het toedienen van medicijnen. Hier kleven nogal wat bezwaren aan.

Het lichaam van kinderen is bijvoorbeeld nog niet volledig ontwikkeld en is kwetsbaarder dan het lichaam van een volwassene. De juiste dosering is moeilijk te bepalen en de effecten op de lange termijn zijn onbekend. Kinderen gaan bovendien vaak anders om met geneesmiddelen dan volwassenen. Slikken kan bijvoorbeeld lastig voor ze zijn. Ook het meerdere malen per dag toedienen van medicijnen kan bij kinderen problematisch zijn. Dit alles kan weer effect hebben op de werking én de bijwerkingen van geneesmiddelen bij kinderen.

Cruciaal voor de ontwikkeling van kindergeneesmiddelen is, kortom, dat deze middelen ook echt voor de doelgroep gemaakt worden. Dat betekent dat wetenschappelijk onderzoek daadwerkelijk onder kinderen moet worden uitgevoerd. Dat is een lastige morele kwestie. Ouders moeten toestemming geven, maar zijn terughoudend omdat ze hun kinderen willen beschermen tegen risico’s.

Ook in de samenleving heerst de overtuiging dat we kinderen niet zo maar mogen gebruiken voor onderzoek. In de wet ‘medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen’ is vastgelegd dat het onderzoek mede aan het kind zelf ten goede moet kunnen komen. Maar risico lopen de kinderen per definitie omdat de medicijnen nog niet op kinderen zijn getest, maar kinderen lopen ook risico als zij niet deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek.

In Nederland bestaat sinds 2008 het Medicines for Children Research Network (MCRN). Dit nationale netwerk gaat onderzoek naar de effecten van geneesmiddelen bij kinderen uitzetten in Nederlandse ziekenhuizen. Ook zorgt het voor de begeleiding van onderzoekers.

Ethische kwesties: