Voortplantingsgeneeskunde
Een paar met een vruchtbaarheidsprobleem kan baat hebben bij voortplantingstechnologieën. Zo kan kunstmatige inseminatie (KI) worden toegepast bij een verminderde kwaliteit van het zaad. Het zaad wordt in de schede of in de baarmoeder geïnsemineerd, waarna de bevruchting op natuurlijke wijze plaatsvindt.
Sinds 1978 is reageerbuisbevruchting ofwel in-vitrofertilisatie (IVF) mogelijk. Bevruchting vindt dan buiten het lichaam plaats. IVF heeft diverse andere technieken van bevruchting en diagnostiek mogelijk gemaakt.
Ethische kwesties:
- Wat mag er gebeuren met ‘restembryo’s’ na IVF? Wat betekent dat voor het morele gehalte van die behandeling?
- Is de arts medeverantwoordelijk voor het welzijn van het te verwekken kind?
- Wat voor gevolgen hebben voortplantingstechnieken voor afstammings- en familierelaties? Zie de Rathenau publicatie: Zwanger van de kinderwens
- Is onvruchtbaarheid een ziekte en moeten de kosten van behandeling wel of niet uit de publieke middelen worden vergoed?
- Wat te denken van postmenopauzale zwangerschap (via IVF met donoreicellen)? En van IVF voor lesbische paren of alleenstaande vrouwen? Zie Ineke Bolt, ‘Het belang van het kind’ bij IVF voor bijzondere wensouders : het beperkte nut van een noodzakelijk principe, Filosofie en praktijk, jaargang 23, no.3, p. 15.