Een bevolkingsonderzoek – screening – is een geneeskundig onderzoek van personen, dat wordt aangeboden aan (grote delen van) de bevolking en gericht is op de vroegtijdige opsporing van ziekten of van risico-indicatoren.

Bekende voorbeelden zijn het bevolkingsonderzoek naar borstkanker en baarmoederhalskanker. Een ander voorbeeld is de hielprikscreening, die gericht is op ernstige, behandelbare ziekten bij pasgeborenen. In sommige gevallen geldt dat ook voor genetische screening in families waarin een bepaalde erfelijke aandoening voorkomt.

Een bevolkingsonderzoek onderscheidt zich van individuele hulpverlening. In het eerste geval worden collectief mensen die nog geen gezondheidsklachten vertonen opgeroepen voor een geneeskundig onderzoek, terwijl in het tweede geval de hulpvrager het initiatief neemt vanwege een specifieke hulpvraag.

Ethische kwesties:

  • Meestal heeft slechts een klein deel van de groep die aan het bevolkingsonderzoek mee doet baat bij het onderzoek. Wegen de voordelen voor de kleinere groep op tegen de nadelen van de grotere groep?
  • In hoeverre weegt mee of er bij een ongunstige testuitslag zinvolle behandelingsopties beschikbaar zijn?
  • Hoe te voorkomen dat genetische screening leidt tot maatschappelijke discriminatie en stigmatisering?
  • Zijn mensen moreel verplicht om aan bevolkingsonderzoek mee te doen?
  • Wordt er wel zorgvuldig met de emoties van de onderzochten omgegaan?

Wet op het bevolkingsonderzoek

De Wet op het bevolkingsonderzoek beschermt de bevolking tegen gevaar van bepaalde onderzoeken voor zowel de lichamelijk als de geestelijke gezondheid. Het onderzoek mag alleen gedaan worden in het belang van de persoon die het ondergaat en natuurlijk moet deze persoon daarvoor zijn toestemming geven. Bepaalde bevolkingsonderzoeken mogen alleen met vergunning van de minister van VWS worden uitgevoerd, zoals onderzoek met ioniserende stralen of onderzoek naar ziekten waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is.

Lees meer over de Wet op het bevolkingsonderzoek