Verpleegkundigen en verzorgenden kunnen hun werk niet gemakkelijk ‘goed’ doen. Want wat is goede zorg en wie bepaalt dat? Hoe het ook uitpakt, het zorgresultaat is een samenspel van zorgbehoefte, vakkennis en beroepshouding, (overheids)beleid en organisatie (productienormen), interne en externe samenwerking, en zeker ook patiënten of cliëntenparticipatie.

In het dagelijkse, beroepsmatig handelen van verpleegkundigen en verzorgenden is de beste uitkomst soms ongewis. Het kan gaan om een keuze tussen twee kwaden, wat schuldgevoel bij de professional oplevert en de cliënt kan schaden.

Bijvoorbeeld:

  • krappe CIZ-indicaties: ze stroken niet altijd met wat goed is om te doen – als professional weet je eigenlijk best wat goede zorg is;
  • naar eigen inzicht willen schuiven met indicaties van de ene cliënt in het voordeel van de andere – tien minuten bij de ene cliënt minder is meer tijd voor een andere;
  • loyaliteit aan team en cliënten: de werkomstandigheden vragen om overwerk of oproepbaar-zijn. Wat moet ik doen? Voor mijn eigen (gezondheids)belang kiezen of toch loyaal zijn aan team of cliënten?

Kerndilemma is: in hoeverre koersen op eigen professioneel inzicht of je vooral richten naar maatstaven en wensen die van buitenaf worden aangedragen of opgelegd? Het gaat in essentie om de balans te vinden in je professionele autonomie in het directe contact met de cliënt. Tegenover cliënten, artsen, familie van cliënten, maar ook tegenover jezelf: vandaag werk ik niet!

Moral distress

Vaker dan kiezen uit twee kwaden is er sprake van moral distress. Dit houdt in dat professionals weten wat de juiste handeling is, maar ze doen het niet omdat ze gehinderd worden door bijvoorbeeld werkdruk, productienormen of gebrek aan zelfvertrouwen. Deze vorm van stress heeft een negatieve uitwerking op plezier in het werk. Het levert een gevoel van onmacht of frustratie op. Want welke keuze je ook maakt: je schiet altijd tekort en doet het nooit helemaal goed. Terwijl je zelf wel een ideaal voor ogen hebt wat goede zorg is.

Moreel beraad

Morele dilemma’s horen erbij als professionals en cliënten samen verantwoordelijk zijn voor resultaat en tevredenheid. Dat maakt de dagelijkse praktijk ook extra uitdagend. Werkvragen en dilemma’s bespreekbaar maken kan echter lastig zijn. Toch blijkt het nodig – ook voor de eigen motivatie – om zelfverzekerd autonome keuzen te kunnen maken en de motivatie in het werk hoog te houden. Ethische zaken aan de orde stellen is een sociale praktijk die niet overal de gewoonte is. Het vraagt dan van de individuele zorgverlener assertiviteit om er toch over te beginnen. Ook leidinggevenden kunnen in de coaching van professional hier alert op zijn.

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

De WGBO is bedoeld om de positie van de patiënt te verduidelijken en te versterken. De wet regelt het recht van de patiënt op informatie, op privacy en op inzage in het medisch dossier. De hulpverlener heeft de plicht om informatie te geven, het dossier bij te houden en de privacy van de patiënt te bewaren en de behandeling alleen te geven als de patiënt daarvoor toestemming heeft verleend. De hulpverlener hoeft niet op onredelijke eisen van de patiënt in te gaan. De patiënt heeft de plicht om mee te werken aan zijn behandeling, bijvoorbeeld door de benodigde informatie te geven.

De algemene rechten van een patiënt, ook die van wilsonbekwamen, zijn vastgelegd in de WGBO. Maar bij wilsonbekwamen geldt een andere toestemmingsregeling (zie art. 7:465 BW): als iemand ‘niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake’ (dus wilsonbekwaam is) kan een plaatsvervanger voor de patiënt beslissen.

Lees meer over de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg

In de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg staat aan welke kwaliteits- en veiligheidseisen zorgverleners moeten voldoen. Daarnaast regelt de wet hoe er met klachten en incidenten in de zorg moet worden omgegaan.

Lees meer over de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Wet BIG, regelt de zorgverlening door beroepsbeoefenaren. Alleen wie in het register is ingeschreven, mag de door de wet beschermde titel voeren. De deskundigheid van de geregistreerde beroepsbeoefenaren is hiermee voor iedereen herkenbaar.

Lees meer over de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg