Rondom ethiek in commissies kan er gemakkelijk verwarring ontstaan, omdat er verschillende typen commissies zijn: erkende Medisch Ethische Toetsingscommissies (METC), de CCMO (Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek) en Ethische commissies.

METC

In erkende Medische Ethische Toetsingscommissies (MET’s) worden voorstellen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen beoordeeld. Medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen kan pas plaatsvinden nadat het onderzoeksdossier is goedgekeurd door een METC. Dat is zo bepaald in de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO).

Jaarlijks worden zo’n 1800 onderzoeken ingediend. Dit aantal blijft al jaren constant. Het merendeel van de toetsing gebeurt decentraal en wordt getoetst door erkende METC’s. Het decentrale karakter van toetsing is een bewuste keuze die is gemaakt om verschillende redenen. Eén daarvan is het voorkomen van een te grote invloed van de centrale overheid waardoor er een soort staatsethiek zou ontstaan.

De morele afweging draait in dergelijke commissies vaak om het algemene, wetenschappelijk belang van het onderzoek en de risico’s op (gezondheids)schade die proefpersonen lopen. Bovendien gaat het in wetenschappelijk onderzoek in de gezondheidszorg veelal om onderzoek met patiënten. Zij bevinden zich in een kwetsbare, afhankelijke positie.

De erkende METC’s zijn in de meeste gevallen instellingsgebonden. Een lijst met erkende METC’s vindt u hier.

CCMO

Alleen voor bepaalde typen medisch-wetenschappelijk onderzoek is expertise gebundeld in één commissie, de CCMO. Dat is in de WMO zo aangegeven. Dan gaat het om onderzoek met specifieke ethische, juridische of maatschappelijke aspecten (zoals gentherapie en stamcellen, of onderzoek met kinderen). Het betreft onder andere niet-therapeutisch interventieonderzoek met minderjarige en wilsonbekwame proefpersonen, maar ook onderzoek dat onder de Embryowet valt.

De CCMO beoordeelt jaarlijks tientallen van dit soort dossiers. De CCMO heeft ook de wettelijke taak de METC’s te erkennen en toezicht te houden op hun werkzaamheden. De CCMO fungeert ook als een beroepsinstantie voor beroep tegen door een METC afgewezen onderzoek. Daarnaast registreert de CCMO al het medisch-wetenschappelijk onderzoek dat in Nederland is beoordeeld in een centrale databank.

Ethische commissie

Veel instellingen in de zorg beschikken over een commissie ethiek. Dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen, maar ook voor verpleeghuizen, thuiszorgorganisaties of psychiatrische instellingen.

Dergelijke multidisciplinaire samengestelde commissies adviseren over ethische vragen met betrekking tot patiëntenzorg en instellingsbeleid. In dergelijke commissies hebben behalve artsen, ook verpleegkundigen, ethici, juristen, geestelijk verzorgers, psychologen en andere hulpverleners zitting.

Daarnaast beschikken ook organisaties als beroepsverenigingen (bijv. V&VN, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland) en vakbonden (bijv. CNV Zorg en Welzijn) vaak over commissies ethiek. Deze commissies adviseren het bestuur van de beroepsvereniging en ondersteunen zorgverleners bij het omgaan met lastige morele vragen waarmee ze in de zorgpraktijk worden geconfronteerd.

Ethische kwesties:

  • Hoe richten we als verpleeghuis ons reanimatiebeleid in?
  • Hoe gaan we als afdeling neonatologie om met moeilijke kwesties rond het al dan niet voortzetten van een medisch zinloze behandeling van een pasgeboren baby?
  • Mag je onderzoek doen op patiënten die zelf geen baat zullen hebben bij de uiteindelijke resultaten?
  • Mag je patiënten die geloven er uiteindelijk therapeutisch voordeel mee te behalen aan onderzoek laten meedoen dat hen objectief gezien niets zal opleveren? (therapeutische misconceptie)
  • Wat betekent het voor de vertrouwensband tussen arts en patiënt wanneer een behandelend arts ook onderzoeker is en zijn patiënt vraagt in een onderzoek te participeren?

Embryowet

De Embryowet stelt grenzen aan en voorwaarden bij het gebruik van eicellen, zaadcellen en embryo’s voor andere doelen dan de eigen zwangerschap.

Volgens de Embryowet is het verboden:

  • met opzet identieke individuen geboren te laten worden (kloneren van mensen)
  • geslachtskeuzetechnieken toe te passen
  • erfelijk materiaal in de kern van eicellen, zaadcellen, of embryo’s te wijzigen (kiembaangentherapie)
  • cellen van menselijke embryo’s samen te voegen met dierlijke eicellen en omgekeerd (hybriden en chimaeren tot stand brengen)
  • embryo’s tot stand te brengen voor andere doelen dan zwangerschap, bijvoorbeeld voor de wetenschap
  • geslachtscellen en embryo’s te verhandelen.

Met de verboden wordt een duidelijke grens getrokken. De Embryowet regelt verder voor welke doelen eicellen, zaadcellen en embryo’s gebruikt mogen worden als ze niet, of niet meer, voor de eigen zwangerschap worden gebruikt. Die doelen zijn: donatie aan iemand die anders geen kind kan krijgen, wetenschappelijk onderzoek en het in kweek brengen van embryonale cellen.

Lees meer over de Embryowet

Wet medisch- wetenschappelijk onderzoek met mensen

De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) beoogt bescherming te bieden aan proefpersonen die deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek.

De WMO bevat speciale regels ter bescherming van wilsonbekwamen, zie art. 4-6 BW.

Lees meer over Wet medisch- wetenschappelijk onderzoek met mensen

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

De WGBO is bedoeld om de positie van de patiënt te verduidelijken en te versterken. De wet regelt het recht van de patiënt op informatie, op privacy en op inzage in het medisch dossier. De hulpverlener heeft de plicht om informatie te geven, het dossier bij te houden en de privacy van de patiënt te bewaren en de behandeling alleen te geven als de patiënt daarvoor toestemming heeft verleend. De hulpverlener hoeft niet op onredelijke eisen van de patiënt in te gaan. De patiënt heeft de plicht om mee te werken aan zijn behandeling, bijvoorbeeld door de benodigde informatie te geven.

De algemene rechten van een patiënt, ook die van wilsonbekwamen, zijn vastgelegd in de WGBO. Maar bij wilsonbekwamen geldt een andere toestemmingsregeling (zie art. 7:465 BW): als iemand ‘niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake’ (dus wilsonbekwaam is) kan een plaatsvervanger voor de patiënt beslissen.

Lees meer over Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst