Farmaceutische ethiek betreft het handelen van apothekers gericht op de optimale inzet van geneesmiddelen in de zorg voor patiënten, in een veelvoud van praktische situaties. Denk aan de ontwikkeling van geneesmiddelen, ontwerp en formulering van geneesmiddelen, de opleiding, toepassing thuis, in ziekenhuis of instelling en aan de daarmee gerelateerde directe patiëntenzorg.

Geneesmiddelen worden gebruikt als curatieve oplossing van gezondheidsproblemen, als verlaging van risico factoren of preventie van ziekten, of als middel ter verbetering van de kwaliteit van leven. Geneesmiddelen kunnen worden gezien als een technologische oplossing voor gezondheidsproblemen. Daarmee is een veelvoud van keuzemogelijkheden en dilemma’s verbonden.

Als fundament voor het professioneel en ethisch handelen hebben apothekers het Handvest van de apotheker ontwikkeld. Het geeft aan wat de maatschappij van apothekers mag verwachten. Het geeft tevens richting aan het normen- en waardenkader van de professie. De basis voor het handelen zijn de 5 kernwaarden:

  1. Betrokkenheid op het welzijn van de patiënt
  2. Farmaceutische deskundigheid
  3. Maatschappelijke verantwoordelijkheid
  4. Betrouwbaarheid en zorgvuldigheid
  5. Professionele autonomie.

Deze kernwaarden gelden voor alle apothekers, ongeacht hun professionele omgeving.

Ethische kwesties:

  • Waar eindigt de verantwoordelijkheid voor goede farmaceutische zorg en begint de eigen verantwoordelijkheid van een specifieke patiënt?
  • Wat betekent gelijke behandeling in het huidige zorgstelsel voor de toegang tot geneesmiddelen en wat betekent dat voor de patiënt-apotheker-relatie?
  • Waar ligt de grens tussen patiënt privacy en het delen van informatie over geneesmiddelgebruik die nodig is voor interprofessionele samenwerking? Een vraag die met elektronische uitwisseling van geneesmiddelgegevens steeds duidelijker naar voren komt.
  • Hoe lang gaan we door met het verkleinen van gezondheidsrisico’s met geneesmiddelen (bijvoorbeeld cholesterolverlagers)?
  • Welke keuzes worden gemaakt in verband met (beperkte-) beschikbaarheid van geneesmiddelen?
  • Waar ligt de grens tussen therapie en misbruik?
  • Hoe ligt de verhouding tussen de professionele autonomie van de apotheker en de samenwerking met andere zorgverleners?
  • Apothekers zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van geneesmiddelen. Wie bepaalt de afweging tussen kwaliteit van een geneesmiddel en veiligheid in individuele gevallen? En gezien de globalisering van de geneesmiddelenindustrie, in hoeverre is deze afweging afhankelijk van cultuur?
  • Hoe ligt de relatie tussen een veilig gebruik van een middel en een persoonlijke interpretatie van een patiënt?
  • Hoe omgaan met cultuurverschillen in relatie tot geneesmiddelengebruik?

Geneesmiddelenwet

Deze wet regelt de productie, het in de handel brengen en de distributie van het geneesmiddel. Hiervoor is een vergunning nodig. Alleen apothekers, apotheekhoudende huisartsen en daartoe aangewezen personen en instanties mogen geneesmiddelen aan patiënten verstrekken.

Lees hier meer over de Geneesmiddelenwet

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

De WGBO is bedoeld om de positie van de patiënt te verduidelijken en te versterken. De wet regelt het recht van de patiënt op informatie, op privacy en op inzage in het medisch dossier. De hulpverlener heeft de plicht om informatie te geven, het dossier bij te houden en de privacy van de patiënt te bewaren en de behandeling alleen te geven als de patiënt daarvoor toestemming heeft verleend. De hulpverlener hoeft niet op onredelijke eisen van de patiënt in te gaan. De patiënt heeft de plicht om mee te werken aan zijn behandeling, bijvoorbeeld door de benodigde informatie te geven.

De algemene rechten van een patiënt, ook die van wilsonbekwamen, zijn vastgelegd in de WGBO. Maar bij wilsonbekwamen geldt een andere toestemmingsregeling (zie art. 7:465 BW): als iemand ‘niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake’ (dus wilsonbekwaam is) kan een plaatsvervanger voor de patiënt beslissen.

Lees meer over de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding

De euthanasiewet is sinds 1 april 2002 van kracht en bepaalt dat de arts die euthanasie toepast niet strafbaar is. Hij moet wel voldoen aan de zorgvuldigheidseisen die in de wet omschreven staan, bijvoorbeeld ten aanzien van het verzoek van de patiënt en van diens lijden. Ook moet de arts de niet-natuurlijke dood melden bij een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie.

Lees meer over Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding

Zorgverzekeringswet

In de Zorgverzekeringswet is geregeld dat iedereen die in Nederland woont en/of loonbelasting betaalt, verplicht een basisverzekering moet afsluiten.
Het nieuwe zorgstelsel, en daarmee de Zorgverzekeringswet, heeft tot doel de marktwerking in de zorg te bevorderen.
In het nieuwe stelsel krijgen consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars meer ruimte om eigen keuzes te maken en hebben ze meer (eigen) verantwoordelijkheid.

Lees meer over Zorgverzekeringswet

Wet maatschappelijke ondersteuning

Het doel van deze wet is kortweg om mensen zo goed mogelijk in staat te stellen om deel te nemen aan de samenleving. Het gaat hierbij voornamelijk om ouderen, mensen met psychische problemen en gehandicapten. Gemeenten zijn hierbij verplicht om mensen met een beperking te compenseren door het aanbieden van voorzieningen.

Lees meer over Wet maatschappelijke ondersteuning