Er is een groeiend wetenschappelijk inzicht dat gezondheid mede bepaald wordt door gedrag. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft het bevorderen van een gezonde leefstijl als wereldwijd speerpunt geformuleerd (WHO 2011). Moeten overheid, werkgevers en verzekeraars maatregelen nemen om de leefstijl van burgers gezonder te maken?

Eigen verantwoordelijkheid betekent dat mensen zich rekenschap geven van de keuzen die ze maken én van de consequenties van die keuzen voor zichzelf en voor anderen. Denk hierbij aan gezonde voeding, voldoende beweging en veiligheidsmaatregelen. Eigen verantwoordelijkheid verwijst naar de keuzevrijheid van mensen. Ook moeten ze beschikken over het vermogen om te kiezen en in staat zijn de consequenties daarvan te dragen. Daarnaast moeten ze gezonde keuzen kúnnen maken. Immers, gebrek aan informatie, financiële middelen, fysieke of sociale omstandigheden kunnen dat verhinderen.

De overheid moet laveren in het spanningsveld tussen enerzijds haar verantwoordelijkheid om de gezondheid van haar burgers te beschermen en anderzijds de plicht om de individuele vrijheid te respecteren. Regelmatig ontstaat debat over de wenselijkheid en onwenselijkheid van het beïnvloeden van leefstijl. De weging tussen het beschermen van de gezondheid van burgers versus het respecteren van de individuele vrijheid wordt door iedereen anders gemaakt. Opvattingen over wanneer leefstijlbeïnvloeding wenselijk dan wel onwenselijk is, zijn ook ideologisch gekleurd. Wanneer de overheid of een andere instantie de leefstijl van burgers probeert te beïnvloeden klinkt regelmatig het bezwaar dat dit betutteling is. Anderen zeggen dat je leefstijl niet volledig aan de individuele verantwoordelijkheid over kunt laten omdat dat neerkomt op verwaarlozing (Bron: CEG 2014)

Ook zorgverzekeraars houden zich in toenemende mate met leefstijl bezig. Financiële differentiatie naar leefstijl in de basiszorgverzekering houdt in dat de verwachte kosten en baten van een (on)gezonde leefstijl van burgers wordt doorberekend in hun basiszorgverzekeringskosten, namelijk de eigen betalingen, het eigen risico, of de premie. Leefstijldifferentiatie kan plaatsvinden in de vorm van een heffing bij ongezond gedrag: bijvoorbeeld een hoger eigen risico, eigen bijdrage of premie voor mensen die roken, ongezond eten of te weinig bewegen. Leefstijldifferentiatie kan ook de vorm aannemen van een korting bij gezond gedrag: bijvoorbeeld een lager eigen risico, eigen bijdrage of premie voor mensen die niet roken, gezond eten en voldoende bewegen (Bron: CEG 2013).

De posities in dit debat over de (on)wenselijkheid van financiële differentiatie naar leefstijl in de basiszorgverzekering zijn afhankelijk van onderliggende waarden, zoals solidariteit, verdelende rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en privacy. Er bestaan verschillende antwoorden op de vraag of leefstijldifferentiatie vanuit ethisch perspectief gerechtvaardigd is. De zorgverzekering, met name waar het de noodzakelijke zorg betreft, is in Nederland van oudsher tenminste deels gebaseerd op solidariteit. Komt deze solidariteit teveel onder druk te staan wanneer we gaan differentiëren naar leefstijl? Of komt de solidariteit juist onder druk te staan als we dat niet doen? (Bron: CEG 2013).

Ethische kwesties:

  • Hebben mensen een morele plicht om zich gezond te gedragen?
  • Welke maatregelen mag of moet de overheid nemen om ongezond gedrag van burgers om te buigen naar gezond gedrag?
  • Is het moreel aanvaardbaar om mensen financieel verantwoordelijk te stellen voor de gevolgen van ongezond gedrag, bijvoorbeeld door hen van zorg uit te sluiten? Wie moet de kosten van gezondheidsproblemen op grond van ongezond gedrag betalen? De patiënt zelf? Of moet dit betaald worden uit de collectieve middelen?
  • Is het rechtvaardig dat gezond levende mensen meebetalen aan de kosten van ongezond gedrag van anderen?
  • En is het rechtvaardig om mensen die ongezond leven extra te laten betalen? Of is dat juist onrechtvaardig omdat leefstijl ook een gevolg is van externe factoren, zoals sociaal-economische status en een ongezonde omgeving?
  • Wordt de autonomie of vrijheid niet al te sterk bedreigd door leefstijlbeïnvloeding?
  • Is het beïnvloeden van de autonomie of vrijheid acceptabel in het licht van de mogelijke rechtvaardigingen?
  • Moeten mensen die roken, alcohol drinken, onveilige seks hebben, teveel eten, blessuregevoelige sporten beoefenen of een andere ongezonde leefstijl hebben, meer premie, eigen risico of eigen betalingen afdragen voor de basiszorgverzekering?
  • En moeten mensen die deze dingen niet doen korting krijgen?
  • Rechtvaardigt het beschermen van kwetsbare groepen, zoals kinderen en jongeren, extra sterke maatregelen?