Zolang de geneeskunde bestaat, zo oud is de medische ethiek: het nadenken over wat goed medisch handelen is. De wortels van de medische ethiek liggen dan ook in het oude Griekenland, waar Hippocrates de basis legde voor de westerse geneeskunde.

Hoewel de medische ethiek van oudsher nauw verweven is met het handelen van de dokter, en daarmee een soort beroepsethiek is, heeft ze zich de laatste decennia ontwikkeld tot een apart vak: een zelfstandige discipline met verschillende stromingen, met eigen handboeken, tijdschriften, experts en (universitaire) afdelingen.

Als gevolg van wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen is er ook een inhoudelijke verschuiving binnen de medische ethiek opgetreden. Er wordt niet alleen nagedacht over verantwoord medisch handelen, maar ook over de zinvolheid van dat medisch handelen.

Twee boeken uit 1969 hebben deze cruciale verschuiving in de agenda-setting van de medische ethiek voor het eerst beschreven. ‘Medische macht en medische ethiek’ van Jan Hendrik van den Berg en ‘Voorlopige diagnose’ van Paul Sporken.

Tot de meer recente ontwikkelingen binnen de medische ethiek behoren de prominente plaats die empirisch onderzoek is gaan innemen en de toenemende aandacht voor moreel beraad op de werkvloer.

Veel zorginstellingen hebben een commissie ethiek die zich bezig houdt met de wijze waarop de instelling in haar beleid invulling geeft aan medisch-ethische thema’s. Op landelijk beleidsniveau heeft de staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ‘medische ethiek’ in de portefeuille.

Ethische kwesties:

  • Mag alles wat medisch en technisch kan?
  • Veel ethische afwegingen in de geneeskunde zijn gebaseerd op vier morele principes: autonomie, weldoen, niet-schaden en rechtvaardigheid.
  • Hoe moeten weldoen en niet-schaden tegen elkaar worden afgewogen?
  • Betekent autonomie dat de keuzevrijheid van de patiënt onbegrensd is?
  • Wat zijn rechtvaardige keuzen als het gaat om de samenstelling van het pakket te vergoeden behandelingen?
  • Zijn waarden en normen met betrekking tot gezondheid en de praktijk van de zorg te herleiden uit empirisch onderzoek?
  • Hoe gaan we als instelling om met euthanasieverzoeken van patiënten?