Palliatieve zorg wordt wel als synoniem gebruikt voor terminale zorg, maar is toch niet hetzelfde: terminale zorg wordt enkele weken of dagen voorafgaand aan het sterven gegeven, terwijl palliatieve zorg een paar jaar kan duren.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is palliatieve zorg niet gericht op genezing van ernstig zieke patiënten, maar vooral op pijnbestrijding en op de behandeling van andere klachten. Die klachten kunnen van lichamelijke, psychische, sociale en levensbeschouwelijke aard zijn. Het doel is om de kwaliteit van het resterende leven van patiënten en hun naasten te bevorderen. Behalve professionele zorgverleners zijn ook mantelzorgers en vrijwilligers betrokken bij het verlenen van palliatieve zorg.

Ethische kwesties:

  • Wat betekent een goede dood of goed sterven en wie bepaalt dat? (Zie hiervoor M.A. Verkerk en W.R.C.M. Hartoungh (erd.), Ethiek en Palliatieve Zorg)
  • Hoe is de verhouding tussen actief ingrijpen en passief ‘laten gaan’? (Zie hiervoor Rien Janssens, Ethische vragen in de palliatieve zorg)
  • Hoe ga je om met een patiënt die iets anders wil dan de familie?
  • Wat kunnen hulpverleners doen om de kwaliteit van leven te bevorderen?
  • Wat verstaan we eigenlijk onder ‘kwaliteit van leven’?
  • Wie bepaalt (bepalen) of en hoe palliatieve zorg verleend zal worden (de arts, de patiënt)?