Wils(on)bekwaamheid heeft te maken met het besluitvormingsvermogen van de patiënt. De centrale vraag is: heeft de patiënt de vermogens die nodig zijn om een bepaalde beslissing te nemen, bijvoorbeeld over zijn behandeling of over deelname aan wetenschappelijk onderzoek?

Een persoon is wilsbekwaam, als hij in staat is om zijn situatie reëel in te schatten, relevante informatie te begrijpen en de gevolgen van een besluit te overzien. Als hij dit niet kan is hij terzake ‘niet competent’ ofwel wilsonbekwaam.

Er is geen algemeen aanvaarde test of richtlijn voor het vaststellen van wilsbekwaamheid. Wel heeft de artsenorganisatie KNMG een stappenplan ontwikkeld voor de beoordeling van wilsbekwaamheid in het kader van de WGBO. Of iemand wilsonbekwaam is hangt ook af van de aard van de beslissing in kwestie.

Wilsbekwaamheid dient per (type) beslissing beoordeeld te worden. Bijvoorbeeld: is iemand bekwaam om te beslissen om al dan niet een operatie te ondergaan? Als hij ten aanzien daarvan wilsonbekwaam is, wil dit dus niet zeggen dat hij dat in alle opzichten is. Zo zijn verstandelijk gehandicapten in sommige opzichten wilsonbekwaam, maar hebben soms ook voldoende inzicht in hun eigen situatie om zelf te kunnen meebeslissen over een medische behandeling.

Ethische kwesties:

  • Hoe moet men beoordelen of een persoon wilsonbekwaam is? Zijn daarbij alleen cognitieve en rationele vermogens relevant of ook emotionele aspecten?
  • Wie moet beslissen over de medische behandeling van wilsonbekwame patiënten? En op grond van welke overwegingen?
  • Hoe moeten zorgverleners in de dagelijkse praktijk omgaan met wilsonbekwame patiënten? In hoeverre is het bijvoorbeeld toelaatbaar om een dementerende in zijn vrijheid te beperken vanwege veiligheidsoverwegingen?
  • Onder welke voorwaarden is het toelaatbaar om wilsonbekwame personen deel te laten nemen aan medisch-wetenschappelijk, niet-therapeutisch onderzoek?

Wet medisch- wetenschappelijk onderzoek met mensen

De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) beoogt bescherming te bieden aan proefpersonen die deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek.

De WMO bevat speciale regels ter bescherming van wilsonbekwamen, zie art. 4-6 BW.

Lees meer over de Wet medisch- wetenschappelijk onderzoek met mensen

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

De WGBO is bedoeld om de positie van de patiënt te verduidelijken en te versterken. De wet regelt het recht van de patiënt op informatie, op privacy en op inzage in het medisch dossier. De hulpverlener heeft de plicht om informatie te geven, het dossier bij te houden en de privacy van de patiënt te bewaren en de behandeling alleen te geven als de patiënt daarvoor toestemming heeft verleend. De hulpverlener hoeft niet op onredelijke eisen van de patiënt in te gaan. De patiënt heeft de plicht om mee te werken aan zijn behandeling, bijvoorbeeld door de benodigde informatie te geven.

De algemene rechten van een patiënt, ook die van wilsonbekwamen, zijn vastgelegd in de WGBO. Maar bij wilsonbekwamen geldt een andere toestemmingsregeling (zie art. 7:465 BW): als iemand ‘niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake’ (dus wilsonbekwaam is) kan een plaatsvervanger voor de patiënt beslissen.

Lees meer over de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst