Handelingen met geslachtscellen en embryo’s

30 juni 2003
Signalement
Thema: Voortplantingsgeneeskunde

Dit signalement gaat over ingrepen in menselijke geslachtscellen en pre-implantatie embryo’s, gericht op verbetering van medische hulp bij voorplanting. Als verzamelbegrip voor die ingrepen wordt wel de term ‘micromanipulatie’ gebruikt.

Van de vier te bespreken technieken zijn de eerste twee gericht op het mogelijk maken van selectieve overplaatsing van embryo’s in de baarmoeder. Bij pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) gaat het om genetisch onderzoek bij de onbevruchte eicel of bij het embryo in vitro ten behoeve van paren met een individueel verhoogd risico op het krijgen van een kind met een bepaalde erfelijke ziekte of aandoening. Doel is de wensouders in staat te stellen een kind te krijgen zonder dat zij bang hoeven zijn de ziekte in kwestie door te geven aan het nageslacht. Pre-implantatie genetische screening op chromosoomafwijkingen (PGS-A) betreft routinematig onderzoek van IVF-embryo’s, (primair) gericht op vergroting van de kans op zwangerschap en vermindering van het aantal meerlingen. PGD wordt in ons land al tien jaar toegepast, zij het in een enkel centrum en in de vorm van wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek naar de meerwaarde van PGS-A staat internationaal sterk in de belangstelling en is onlangs ook in ons land gestart. De beide andere in dit signalement beschreven technieken bevinden zich nog in de fase van het preklinisch onderzoek. Zij hebben als doel hulp bij voortplanting mogelijk te maken bij vrouwen en mannen die via ‘gewone’ IVF of ICSI geen kinderen kunnen krijgen. Concreet gaat het om ‘oöplasma transfer’, gericht op eicelverbetering, en ‘interspecies-transfer van spermatogonia’, waarbij een dier wordt gebruikt om menselijke zaadcellen tot rijping te brengen.

Doel van dit signalement is het in kaart brengen van normatieve vragen die de ontwikkeling van genoemde technieken oproept. De algemene discussie over de aanvaardbaarheid van medische hulp bij voortplanting via in-vitrofertilisatie (IVF) of pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) zal daarbij buiten beschouwing blijven. De in die discussie ingenomen standpunten en daarvoor aangevoerde overwegingen zijn voldoende bekend en hoeven hier niet te worden herhaald. De bespreking beperkt zich tot nieuwe technologie (of nieuwe toepassingen van bestaande technologie) en daaruit voortvloeiende normatieve vragen en dilemma’s. Omdat het deels gaat om nog theoretische mogelijkheden, heeft de bespreking een sterk anticiperend karakter. De nadruk ligt op de ethische aspecten; juridische vragen zullen slechts in de marge aan bod komen. Steeds zal eerst een korte schets worden gegeven van de achtergrond van de techniek in kwestie, het potentiële belang ervan en de stand van de wetenschap, gevolgd door een inventariserende bespreking van de normatieve aspecten. De slotparagraaf bevat conclusies en aanbevelingen.

Aanvankelijk was de bedoeling in dit signalement nóg een mogelijke micromanipulatie-techniek te bespreken, namelijk: artificiële inductie van meiose in somatische cellen, dat wil zeggen: het ‘ombouwen’ van een (diploïde) somatische cel tot een haploïde geslachtscel. Deze techniek zou volgens sommige onderzoekers op termijn hulp bij voortplanting mogelijk kunnen maken bij vrouwen zonder eierstokken en mannen met ontbrekende spermatogenese. Zeer recent verschenen echter publicaties waarin op biologische gronden ernstige twijfel wordt geuit over het realiteitsgehalte van deze procedure. Navraag bij experts leerde dat dit oordeel als gegrond moet worden beschouwd.

CEG gebruikt cookies voor het registreren van de bezoekers en voor het goed laten functioneren van de site Akkoord Liever niet