Dilemma’s in de jeugdzorg

Jeugdzorg kan gedefinieerd worden als “de ondersteuning van en hulp aan jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen van geestelijke, sociale of pedagogische aard die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren” (NJI Jeugdthesaurus). Meestal gaat opgroeien en opvoeden goed, maar bij een deel (zo’n 5 % in ernstige en 15% in minder ernstige mate) van de kinderen en gezinnen stapelen de problemen zich op waardoor ondersteuning vanuit jeugdzorg nodig is.

De jeugdzorg staat onder grote maatschappelijke druk door de aandacht voor gezinsdrama’s en de roep om krachtiger op te treden in de privésfeer. Denk aan de afschuwelijke incidenten rond het meisje van Nulde (2001), Savanna (2004) of de brand te Roermond (2002). Bij al deze gezinnen was Bureau Jeugdzorg betrokken en vormden de gezinsdrama’s aanleiding voor politiek debat en Kamervragen.

De zorgen over het functioneren van de jeugdzorg zijn momenteel aanleiding om het stelsel van de jeugdzorg ingrijpend te gaan veranderen.
Het voorkomen of beperken van schade aan kinderen is de basis voor het handelen van de jeugdzorgwerker. Dat geldt voor gezinsvoogden, jeugdbeschermers, pleegouderbegeleider, kinderpsychiaters enz.

In de dagelijkse praktijk blijkt het niet altijd eenvoudig om vast te stellen of kinderen schade ondervinden in een gezin en of ingrijpen moreel en juridisch te rechtvaardigen is. De professional loopt het gevaar of te vroeg of te laat in te grijpen. De angst om fouten te maken wordt ook wel toegeschreven aan het zogenoemde Savanna-effect. Geen enkele jeugdhulpverlener wil iets vergelijkbaars meemaken als de voogd van Savanna, namelijk eventuele gerechtelijke vervolging.

Het werk van jeugdzorgwerkers is niet waardevrij. Er moeten keuzes gemaakt worden waarbij meerdere belangen en personen een rol spelen; afwegingen hierin maken is niet eenvoudig, want resultaten zijn niet met zekerheid vast te stellen; gedragsregels kunnen met elkaar in conflict komen; gezinssituaties zijn complex en interventies hebben vaak zowel positieve als negatieve opvoedperspectieven. We hebben het dan over morele dilemma’s van professionals in de jeugdzorg.

Ethische kwesties:

Onder een moreel dilemma verstaan we de onzekerheid over de vraag welke beslissing genomen moet worden in een situatie waarin verschillende belangen tegenover elkaar staan en die belangen en principes even zwaar tellen. Voorbeeld van zo’n moreel dilemma in de jeugdzorg is de zorg voor baby Hendrikus: is het verantwoord dat zijn verstandelijk gehandicapte ouders zelf voor Hendrikus zorgen of moet hij uit huis geplaatst worden om het risico op eventuele schade te voorkomen?

In dit geval is het vermijden van mogelijke risico’s boven het belang van ouderlijke zorg voor kinderen gesteld. Baby Hendrikus werd meteen uit huisgeplaatst.

In geval van Savanna is de tegenovergestelde keuze gemaakt: de gezinsvoogd was – achteraf gezien – te laat, ze had eerder moeten ingrijpen en niet de verstandhouding met de moeder van Savanna zwaarder moeten laten wegen.

Een heel ander voorbeeld waarbij het ook om de grenzen aan de vrijheid van ouders gaat is de afweging of de ouders zelf moeten beslissen of dat het aan de overheid is om te beslissen of het zeilmeisje Laura op 14 jarige leeftijd een risicovolle reis om de wereld mag maken.

Dilemma’s van jeugdzorgwerkers zijn sterk gerelateerd aan professionele (on)macht, professionele kunde en professionele mogelijkheden (Kalsbeek 2009).

Samengevat zijn er drie typen ethische kwesties te noemen:

Gebrek aan gedeelde (morele) uitgangspunten

Jeugdzorgwerkers ervaren onzekerheid over de vraag of het al dan niet gerechtvaardigd is om in te grijpen in de privésfeer. Daarnaast heeft de jeugdzorgwerker altijd de twijfel of door in te grijpen niet juist nog meer schade wordt berokkend. Ook opvattingen over wat schade is verschuiven en in een multiculturele samenleving zijn die ook heel divers en complex.

Vertrouwen schaden om bestwil

Daarnaast leeft bij jeugdzorgwerkers de angst met ingrijpen juist schade te berokkenen. Zo kan de vertrouwensband met de ouders of het kind worden geschaad en dat kan de zaak erger maken. Ook weten jeugdzorgwerkers niet altijd zeker of ze, als ze toch ingrijpen, wel iets te bieden hebben dat tot daadwerkelijke verbetering kan leiden (“…over de drempel, en dan?”).

De jeugdzorgwerker loopt op eieren

Professionals in de jeugdzorg hebben het gevoel vaak op eieren te moeten lopen. Ze voelen zich onder druk gezet door de negatieve beeldvorming van de jeugdzorg, de grote aandacht voor gezinsdrama’s en het gebrek aan tijd, ruimte en geld binnen de organisatie om na te denken over het eigen professionele handelen.

Een steviger moreel houvast en meer maatwerk in de aanpak van de jeugdzorg zijn dringend nodig: als je achter de voordeur wilt kijken moet je stevig in je schoenen staan.

CEG gebruikt cookies voor het registreren van de bezoekers en voor het goed laten functioneren van de site Akkoord Liever niet