De laatste avond over Kind op maat brak aan. Dit was de laatste avond van het drieluik Morele wezens georganiseerd door De Rode Hoed, podium voor denkwerk in uitvoering, in samenwerking met het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG). Met het thema Kind op maat verkennen we de technologische ontwikkelingen van de toekomst in de vorm van de genetische modificatie van embryo’s. Maar wie bepaalt wat ‘gezond’ of ‘gewenst’ is? Is het goed om de grens van de maakbaarheid te verleggen? Deze dilemma’s worden in twee panels voorgelegd aan Britta van Beers (hoogleraar recht, ethiek en biotechnologie, Vrije Universiteit Amsterdam), Susana Chuva de Sousa Lopes (hoogleraar ontwikkelingsbiologie, LUMC), Tsjalling Swierstra (hoogleraar Filosofie bij Maastricht University) en Simone Harmsen (onderzoeker bij het Rathenau Instituut). Met ook deze avond Shula Tas als moderator. Jan Paternotte (Lid van de Tweede Kamer voor D66) werd verwacht maar kon helaas niet aanwezig zijn deze avond.
Martine de Vries noemt een aantal ontwikkelingen in de voortplantingstechnologie. In-vitrofertilisatie (IVF) komt bij het publiek op. Maar ook de NIPT, de Niet-Invasieve Prenatale test die in de zwangerschap wordt aangeboden is een actueel voorbeeld van voortplantingstechnologie. Ook bestaat ICSI: intracycloplasmatische sperma injectie, de PGT: pre-implantatie genetische test, DNA-aanpassingen met CRISPR-Cas9 en In Vitro Gametogenese (IVG). Deze ontwikkelingen hebben effect op hoe de maatschappij omgaat met zwangerschap en wensouderschap. Zo maakte IVF het mogelijk om toch zwanger te raken voor een aantal mensen. Hierna maakte PGT het mogelijk om op een reeks ziekten te testen, waardoor er een keuze werd toegevoegd aan de zwangerschap. Maar hoeveel hebben de ouders in spé te kiezen? ‘Je zou wel gek zijn als je het niet doet’, klinkt het tegengeluid. Door deze technologie verschuift onze blik naar het laboratorium. Wetenschappers doen onderzoek naar het terug programmeren van cellen naar stamcellen en daarvanuit een ei- of zaadcel middels In Vitro Gametogenese. Sta maar eens stil bij de mogelijkheden hiervan. Van “zwanger worden van jezelf” tot “Waar laat je dan jouw genetisch materiaal zoals je urine, bijvoorbeeld? Hiernaast wordt er ook gewerkt aan een kunstbaarmoeder. Die ingezet kan worden om te vroeg geboren baby’s te redden. Maar met bovenstaande scenario’s is het niet ondenkbaar dat zwangerschappen in de toekomst mogelijk worden zonder zelf nog zwanger te hoeven zijn. Tijdens deze avond reageren de sprekers op de gevolgen van deze voortplantingsontwikkelingen.
Susana Chuva de Sousa Lopes, Britta van Beers en Tsjalling Swierstra nemen plaats op het podium. Als eerste legt Susana Chuva de Sousa Lopes uit waar ze aan werkt. Ze probeert eicellen beter te begrijpen, zodat vrouwen bijvoorbeeld later (of niet meer) door de menopauze gaan en langer kinderen kunnen krijgen. Hiervoor blijken eicellen moeilijke cellen te zijn om te onderzoeken. Zo zijn ze moeilijk te matureren uit een eierstok met kleine cellen. Ook hebben ze de eigenschap om snel dood te gaan. Over het uitstellen van de menopauze deelt ze de nadelen die eraan verbonden zijn. Zo kunnen de klachten al tien jaar eerder starten dan dat de menopauze plaatsvindt. Waaronder opvliegers, vermoeidheid, slechter slapen, osteoporose en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Het is zeer wenselijk om deze uit te kunnen stellen.
Tjalling Swierstra legt bloot dat de controle die technologie ons geeft, de illusie wekt van meer vrijheid. Want met deze data hebben we de macht om te beslissen. Echter blijkt in praktijk dat we eerder verzanden in de ‘morele modder’, een begrip dat verwijst naar de complexiteit van het dilemma. Hiernaast vooronderstelt de huidige omgang met deze technologie een individueel uitgangspunt. Concreet wijst Swierstra naar een gesprek tussen een zorgverlener en een consument. Hierbinnen ziet hij ook een verschuiving van het recht. Foetussen krijgen steeds meer recht ten opzichte van de moeder. Ook hierin geldt dat we moeten weten welke waarden we nastreven. Zodra onze waarden bedreigd worden, komen we erachter wat we belangrijk vinden, ook wanneer deze waarden nog hypothetisch zijn. Dan moeten we ons af gaan vragen hoe we onze samenleving willen inrichten, niet welke mogelijke variant mens in deze samenleving terecht komt.
Shula Tas vraagt hierop door naar de waarde van natuurlijkheid. Ze merkt op dat de besproken technieken de meest onnatuurlijke manier zijn om een kind te krijgen.
Swierstra bekritiseert natuurlijkheid als waarde. Op dit moment scheiden 40% van de gehuwden. Vervolgens komen er andere partners in beeld die zelf ook kinderen hebbenHij verklapt dat er geen heilige waarde bestaat. Waarden staan naast elkaar.
Britta van Beers kan zich goed vinden in de redeneerlijn van Swierstra. De technologie verandert ons wereldbeeld, wat vervolgens weer onszelf verandert. Zo noemt ze het voorbeeld van het kiezen van het gezondste of meest intelligente embryo, dat nu in Silicon Valley wordt aangeboden. Je kunt je kind bij elkaar shoppen. Er zijn al twee bedrijven aangekondigd die deze mogelijkheden op de markt zouden brengen. Of deze bedrijven dit waar kunnen maken betwijfelt ze. Ze noemt de term babygarantie. Deze markt maakt misbruik van het verlangen van wensouders.
Cynici stellen dat de technologie er toch wel komt, of we willen of niet. Al is dat volgens Van Beers geen argument om er niet over na te blijven denken. Juist wij allemaal moeten hier een standpunt bij innemen, niet alleen de experts. Afsluitend valt op dat het perspectief dat deze avond wordt besproken, het perspectief is van de ouder en niet dat van het kind. Een sterk punt, waar Simone Harmsen en Hafez Ismaïli M’hamdi in het tweede panel verder op ingaan.
Hafez Ismaïli M’hamdi stelt dat er een harmonie kan bestaan tussen de wens van de ouders en die van het kind. Hierbij ligt er gevaar in het instrumentaliseren van de vrouw, wiens functie gereduceerd wordt tot een vital container: een drager voor menselijk materiaal. Ook bestaat het risico dat de foetus als mini-patiënt wordt behandeld. Merk op dat de rol van de man in beide gevallen buiten beeld blijft.
Momenteel gooien we resterende embryo’s weg na een geslaagde IVF poging. Hetzelfde geldt voor ongebruikte, ingevroren eicellen. Ismaïli M’hamdi stelt voor deze vraag om te draaien. In plaats van ‘Waarvoor gebruiken we embryo’s?’ wordt het ‘Waarvoor mogen we ze weggooien?’ Als de politiek geen besluit neemt over de ontwikkelingen die we wel of niet nemen, dan doet Silicon Valley dat. Maar als je wilt investeren in de gezondheid en gelijkwaardigheid van kinderen, dan kan dat ook door te investeren in armoede zodat gezinnen voor de gezondheid van hun kinderen kunnen zorgen. Maar in armoede investeren is een ouderwetse oplossing. Zowel investeren in technologie als armoede kunnen parallel worden gedaan. De ethiek helpt hierbij. Terwijl de moderne ethiek kijkt naar de vraag ‘Mag dit wel?’, kijkt de oude ethiek naar ‘Hoe moet ik leven?’ Over deze waarden we het hebben. Op deze manier wordt het doel van technologische vooruitgang gerechtvaardigd.
Simone Harmsen onderzoekt vanuit het Rathenau Instituut hoe mensen denken over de voorwaarden van het onderzoek naar embryo’s. Veel deelnemers geven aan het onderzoek naar embryo’s een moeilijk moreel vraagstuk te vinden. Zo loopt ook de motivatie uiteen. Waar voor de een belangrijk is hoe de embryo’s verkregen zijn, kijkt een ander naar het doel van het onderzoek. Harmsen bepleit dat deze discussies meer aandacht moeten krijgen in de politiek, gezien de snelle vorderingen in de wetenschap. Binnen de politiek ontstaan er twee stromingen. De ene stroming focust op de patiënt en het borgen van de gezondheid. De andere stroming heeft de beschermwaardigheid van het embryo als uitgangpunt. De verdere ontwikkelingen worden al voorspeld, maar in Den Haag wordt het thema niet besproken.
Los van politiek noemt Harmsen de opportunity costs als een belangrijke factor voor ontwikkeling. Het zijn de kosten van de investering in technologie versus de andere mogelijkheden waaraan het geld is uit te geven. Als we het geld niet hieraan uitgeven, waaraan dan wel? Ook kan de academische wereld niet concurreren met commerciële patenten. Hoe moeten we hier als land mee omgaan? Dat is de vraag die volgens Harmsen gesteld moet worden.
Als slot vat Martine de Vries de punten uit deze avond samen. Zo vertrokken we met alle nieuwe ontwikkelingen op microformaat. Om vervolgens te beseffen wat het technologisch imperatief doet: haast onzichtbaar verandert ons denken over voortplantingstechnologieën. De Vries hoopt dat deze bijdragen ons laten nadenken en eindigt met de afsluiting van Morele Wezens. Voor meer geestprikkelende dialoog is de podcast Morele Wezens te beluisteren op Spotify of Apple Podcasts.
Dit was de laatste avond van het drieluik samengevat. Hier volgt mijn laatste reflectie als student Toegepaste Filosofie. Met de eerste twee avonden in het achterhoofd zie ik een patroon dat diepgang toevoegt aan alle thema’s: de perspectiefwisselingen. Tijdens Code rood keek het publiek door de bril van de arts, tot we werden uitgedaagd om te kijken als patiënt, minister of zorgverlener. Zo ook tijdens het tweede thema Nood breekt wet. Waarin de perspectieven van het outbreak management team naast die van de zorgverleners en inwoners kwam te staan. Op deze laatste avond stapten we intuïtief in het perspectief van een wensouder, om uit te komen bij het leven van het kind dat werd voortgebracht. Maar wat zou een kind denken, wetende dat het embryo is ontworpen? Je eigenschappen zouden zijn samengesteld door je ouders en bewerkt in een lab. Jouw interesses hadden wellicht anders geweest als er niet was ingegrepen. Deze keuzes maken het mogelijk om naar een andere versie van jezelf te verlangen.
De perspectiefwisselingen die voorbij kwamen, zie ik als de kracht van Morele Wezens. Wij hebben als morele wezens het voorstellingsvermogen om anders te denken. Niet alleen door het perspectief van een ander in te nemen, maar ook door ons eigen denken vanuit een andere hoek te bekijken. Deze vraag is hier een concreet voorbeeld van: ‘Waarvoor willen we embryo’s weggooien?’ De vraag dwingt ons stil te staan bij impliciete gevolgen en laat ons mogelijk ook anders handelen. Ik gun iedereen zulk denkwerk juist omdat wij morele wezens zijn. Geschreven door Charis Lapré.