CEG-Els Borst Lezing: ‘Ik kom zo bij u...’ Onmogelijke keuzes bij tekort aan zorgverleners. De Els Borst Lezing vond plaats op woensdag 26 november 2025 in Den Haag.
Bij binnenkomst deelt de gastvrouw kaartjes uit ter grootte van een visitekaartje. Aan iedere gast een. Het kaartje is inwisselbaar voor een kopje koffie óf een toiletbezoek. Sommige bezoekers lopen morrend naar de zaal. Er wordt gediscussieerd. Dilemma’s maken iets in ons los. In de zaal klinken de opzwepende tonen van de Ethische Eekhoorns, de band bestaande uit Virgil Rerimassie op gitaar en Richie Struck op de drums. Ze omlijsten de sprekers met muzikale intro’s.
Opening
Martine de Vries, voorzitter van de CEG-commissie opent deze twaalfde editie van de Els Borst lezing. Sinds 2013 is de CEG-Els Borst lezing een jaarlijks terugkerend evenement, ter ere van voormalig minister Els Borst. Martine vraagt het publiek krijgt om de ogen te sluiten en te luisteren naar een soundscape. Het zijn de stemmen van zorgverleners en ze klinken beklemmend. De vraag klinkt of er medicijnen gebracht kunnen worden terwijl er eigenlijk geen tijd is. Een stem zegt dat ze moe en er klaar mee is. De emoties nemen toe terwijl de stemmen elkaar beginnen te overlappen tot er een onverstaanbare brei overblijft. Plots is het stil. Waarop een heldere stem volgt met; “Ik kom zo bij u.”
‘Ik kom zo bij u…’ is de titel van het rapport over de morele uitdagingen die zorgverleners op de werkvloer ervaren door het tekort aan personeel. In dit rapport zijn bijna vijftig interviews met verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders in de langdurige zorg verwerkt. Het rapport bevat de oproep om niet alleen de statistieken over het tekort aan zorgpersoneel serieus te nemen, maar ook de morele- en menselijke aspecten van het verlenen van zorg in tijden van schaarste. Dat is ook het thema van deze dag.
Welkom door Karien Stronks
Karien Stronks, voorzitter van de Gezondheidsraad, heet ons welkom. Ze merkt op dat er veel zorgverleners in de zaal zitten. Twee familieleden van Els Borst zijn aanwezig. De jaarlijkse lezing is vernoemd naar Els Borst, die als voormalig minister van VWS aan de wieg stond van het CEG. Zij heeft veel betekend voor de gezondheidszorg en ethiek. Daarnaast heeft zij ervoor gezorgd dat verpleegkundigen werden betrokken bij de besluitvoering. Euthanasie, sociaal economische gezondheidsverschillen en anti-rook beleid waren belangrijke thema’s voor haar. Karien Stronks beschrijft Els Borst als een wijze vrouw.
Bianca Buurman voorzitter van V&VN (Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland). Ze begon haar loopbaan als verpleegkundige op de afdeling Infectieziekten van het AMC. Na haar promotie in 2011 aan de Universiteit van Amsterdam werd zij in 2015 lector aan de Hogeschool van Amsterdam. En in 2017 hoogleraar Acute Ouderenzorg aan de Universiteit van Amsterdam.
Bianca Buurman geeft de eerste lezing van de middag, getiteld: Goed zorgen vraagt om ruimte en rugdekking voor zorgprofessionals . Ze is de voorzitter van de V&VN (Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland) en hoogleraar Acute Ouderenzorg aan het Amsterdam UMC. Ze had graag met Els Borst als minister willen werken, zo opent ze haar lezing. Volgens haar zag Els Borst de lacune tussen de artsen en de verpleging en stimuleerde het beroep van de verpleegkundig specialist. Zo heeft Els Borst ook de weg geëffend voor het ontstaan van de V&VN als beroepsvereniging. De thema’s die Els Borst behandelde zijn nu nog steeds relevant. Juist in tijden van schaarste, waarin goed zorgen onder druk staat.
“Zorg gaat over nabijheid, deskundigheid en het vermogen om er te zijn op de momenten dat het ertoe doet. Maar die zorg komt steeds vaker onder druk te staan.” – Bianca Buurman
Voor de beeldvorming haalt Bianca Buurman drie voorbeelden uit de praktijk aan om te tonen welke dilemma’s er zijn. Waaronder het voorbeeld van een negentienjarige in opleiding tot verzorgende IG. Al tijdens haar stage wordt ze ingezet als volwaardige collega. Haar stagebegeleider ziet ze niet vaak en tijdens haar dienst draagt ze zorg voor een terminale patiënt die een onrustig overlijden doormaakt. Ze voelt de onvrede van de familie, maar tijd om het te bespreken is er niet. Dit is geen veilig leerklimaat. De studente gaat naar huis en slaapt slecht. Ze twijfelt aan haar toekomst in de zorg. Dilemma’s zoals deze zijn de dagelijkse praktijk van zorgprofessionals. Ze weten wat goed is, maar krijgen niet de mogelijkheid om dit te realiseren. Dit veroorzaakt morele stress. Buurman bepleit dat het antwoord op deze situatie ruimte en rugdekking is.
Buurman splitst de momenteel spelende dilemma’s in drie delen. Als eerste: de ironie van de gezondheidszorg. Naar verwachting is er in 2023 een tekort aan 266.000 zorgprofessionals, waarvan 60% binnen de verpleegkunde. Zorg is niet alleen een recht, maar ook een product geworden. Met prikkels om zo veel mogelijk zorg te bieden. Dit gaat voorbij aan wat er momenteel echt nodig is. Met het risico dat juist de meest kwetsbare mensen met multiproblematiek buiten de boot vallen. Hier komt nog bovenop dat de instroom van de opleiding tot verzorgende IG in de afgelopen 5 jaar met 50% is afgenomen.
Als tweede punt: de noodzakelijke politieke sturing blijft uit. Een deel van de dilemma’s kan voorkomen worden door politieke keuzes voor de lange termijn. Dit was 20 jaar geleden al voorspeld, maar hierop volgde geen politiek ingrijpen. Wel bleven mensen de verwachting van goede zorg houden. Zorg die ruim beschikbaar is en snel verkrijgbaar. Maar dit is niet langer de realiteit.
Ten derde beschrijft Buurman hoe de waardering voor het vak achterblijft. In plaats daarvan ervaren professionals juist meer agressie in hun werk. Het stagefonds is gekort en politieke keuzes voor de lange termijn zijn uitgebleven. Er moeten collectieve keuzes gemaakt worden. Collectieve keuzes die professionals de ruimte en rugdekking geven die nodig is om het goede te doen. Buurman formuleert hierop vier antwoorden.
Er staat ons een aantal zaken te doen, zegt ze:
- Het eerlijke verhaal moet verteld worden en de burger betrokken bij het maken van collectieve keuzes. Hierbij noemt ze het voorbeeld van het Inwonerakkoord Zorg Zeeland (IZZ), waarin de inwoners zijn betrokken bij de besluitvoering in de stijl van een moreel beraad.
- Professionals moetenzeggenschap krijgen in organisaties. Ze benoemt het shared governance model, een model waarin ook de inbreng van zorgmedewerkers wordt meegenomen in de besluitvoering. Zo wil 60% van het zorgpersoneel meer inspraak.
- Ook roept ze op het tuchtrecht te hervormen waarmee zorgprofessionals beter beschermd worden. Momenteel is het tuchtrecht ingericht op het individu, terwijl zorg een teamprestatie is, zeker in tijden van schaarste. Hierin is het ministerie van VWS aan zet om tot een eerlijker systeem te komen.
- En als laatste: Investeer in het vak van de zorgprofessional. Maak het vak aantrekkelijk door de loonkloof te dichten, bied stageperspectief met het stagefonds en schaf het les- en collegegeld af.
Buurman benadrukt dat haar geduld opraakt. Er wordt al veel over gesproken maar nog te weinig ondernomen. Haar afsluitende woorden zijn een roep tot actie. Niet alleen vanuit de politiek, maar vanuit ons allemaal. We moeten bepalen wat echt belangrijk is voor de toekomst van de zorg.
CEG-commissielid Alistair Niemeijer is als universitair docent en onderzoeker Zorgethiek & Beleid verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek. Eerder werkte hij als docent en als postdoc onderzoeker bij respectievelijk de Hogeschool Utrecht en het Amsterdam UMC. Hij is betrokken bij verschillende onderzoeksprojecten op het snijvlak van zorg en welzijn, ethiek en kwetsbare mensen.
De tweede lezing van de dag wordt uitgesproken door Alistair Niemeijer. Hij is universitair docent en onderzoeker Zorgethiek & Beleid aan de Universiteit voor Humanistiek. Momenteel is hij betrokken bij verschillende onderzoeksprojecten op het snijvlak van zorg en welzijn, ethiek en kwetsbare mensen. Zijn lezing heet: Zorg onder druk. Precarisering en het dragen van kwetsbaarheid in de langdurige zorg.
Hardop denkt hij terug aan 1994, toen nog een veertienjarig knulletje. In dit jaar was Els Borst minister en ze zei ‘Policiti moeten durven zeggen: er blijft een zeker risico bestaan.’ Niemeijer wil in deze lezing demonstreren wat het is dat zorg tot zorg maakt wanneer de zorg onder druk komt te staan. Het draait om nabijheid, aandacht, en het uithouden van onzekerheid in werk dat zelf precair is.
Een fragment van Rianne van Hassel komt voorbij waarin ze over de omgang van verzorgenden met onbegrepen gedrag in de dementiezorg schrijft. In dit fragment wordt client Rineke verzorgd door een zorgverlener die heel nuchter en bewust is van de zorg die ze levert. Als Rineke slaat, houdt ze de arm van Rineke tegen en vraagt ze zich af tot in hoeverre dat ok is. Deze ervaring toont welke lagen in er de zorg zitten: lichamelijke interactie, afhankelijkheid en onvoorspelbaarheid. Deze zorg omvat grijpen, ontwijken, vasthouden en toenaderen. Dat wat als goed geldt, ontstaat telkens opnieuw. Dit maakt de zorg relationeel en moreel ambivalent.
Hierna gaat Alistair in op problematische schaarste. Er bestaan onlogische schotten tussen instanties. Schotten die contraproductief werken in de langdurige zorg. Ouders ervaren tunnelvisie bij veel loketten en behandelaren. Deze tunnelvisie wordt versterkt door doorgeschoten evidence based practices, waarin standaardisatie en controle belangrijker zijn dan samenhang en afstemming. Dit is echter geen vruchtbare grond voor goede zorg, zorg ontstaat altijd binnen een context.
In elke context gaat het erom wie, onder welke voorwaarden, verantwoordelijk gehouden kan worden. Zorgethica Joan Tronto gebruikt het begrip priviledged irresponsibility: het vermogen van geprivilegieerden om zich aan verantwoordelijkheid te onttrekken. Zichtbaar in de zorg die wordt gedragen door zorgverleners en familie tijdens personeelstekorten. Dat zijn degenen met de minste ruimte om zich aan de zorgverantwoordelijkheid te onttrekken.
Het draait zelden om heldere keuzes tussen goed of fout. Niemeijer noemt het begrip passibilité van filosoof Jean-François Lyotard: het vermogen om open te staan voor wat ons overkomt, en morele spanningen te verdragen zonder sluitend te antwoorden. Het is de ethiek van het blijven, ook wanneer je moe of het even zat bent. Alister formuleert het zelf als volgt: “De mensen met de meest complexe zorgbehoeften worden verzorgd door mensen die structureel onderbetaald worden – terwijl juist hun werk fundamenteel is voor het samenleven.”
De langdurige zorg heeft weinig aanzien in de maatschappij. Het werk is fysiek en emotioneel zwaar, terwijl dit werk fundamenteel is voor het samenleven. De spanning tussen de hoge waarde van zorg, en de lage waardering van deze zorg, is geen individuele, maar een gezamenlijke opgave.
De term precariaat werd geïntroduceerd door socioloog Guy Standing, om een groeiende sociale klasse die leeft in structurele bestaansonzekerheid van inkomen tot toekomstperspectief te duiden. Niemeijer beschrijft hoe Saskia Duijs de langdurige zorg analyseert in haar proefschrift. Zorgverleners werken steeds vaker in kwetsbare omstandigheden. Het werk is zwaar, de beloning mager en de bureaucratische druk is hoog. Het zorgsysteem vergroot ook de bestaansonzekerheid van de zorgontvangers door de versplintering van verantwoordelijkheid tussen verschillende instanties. Ondertussen verliezen we het overzicht op het geheel.
Precarisering is ook een ethisch fenomeen. Zichtbaar gemaakt in de zorg door praktische kwesties met een moreel aspect omdat ze waardigheid, afhankelijkheid en verantwoordelijkheid raken. Zorgverleners nemen voortdurend morele beslissingen. Zorgrelaties zijn altijd met elkaar verweven. In de langdurige zorg is die verwevenheid fragiel. Denk aan het gevolg van een zorgverlener die uitvalt. Precarisering geeft in deze context een spanning tussen verantwoordelijkheid en onmacht weer. Zorgverleners moeten kiezen tussen helpen of laten liggen. Deze beslissing doet altijd ergens pijn.
Niemeijer vervolgt met de filosoof Byung-Chul Han die De palliatieve maatschappij (2022) schreef. Hierin beschrijft Han hoe de maatschappij tracht pijn en weerstand uit te bannen. Zorg mag niet moeilijk zijn, niet te lang duren en al helemaal niet te veel raken of kosten. Kwetsbaarheid wordt als problematisch gezien omdat moeite en falen hier met elkaar verward worden. Dit komt voort uit een meritocratisch mensbeeld waarin succes je eigen verdienste is en tegenslag te voorkomen. Dit mensbeeld maakt het moeilijk om kwetsbaarheid te verdragen. Zorg komt pas aan de orde wanneer het mis gaat en is hier een laatste redmiddel, in plaats van een sociale kernpraktijk.
De zorg dient te laten zien dat ongelijkheid en kwetsbaarheid geen complicatie zijn, maar juist de kern. Daarom moeten we niet weglopen van ongemak wanneer systemen uitnodigen tot terugtrekken of wegkijken. Moreel verduren is hierin geen oplossing, maar een houding. Deze momenten leren ons over menselijkheid, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid. Professioneel zijn betekent hierin: het ongemak leren en durven (ver)dragen. Dit geldt ook voor politici en overheid, die verantwoordelijk zijn voor het scheppen van ruimte en ondersteuning. Aan hen dus de opdracht om voorwaarden te creëren waarin zorg mogelijk blijft.
Voor het zaaldebat nemen Alistair Niemeijer, Bianca Buurman, verzorgende IG Angelique Hol en begeleidster Anne Karelse plaats op het podium. Martine de Vries modereert het gesprek. Als eerste vraagt ze om een reflectie op de lezingen. Anne Karelse antwoordt met kwetsbaarheid. Het treft een doelgroep die aandacht en begrip verdient. Angelique Hol geeft aan dat het begrip ‘nabijheid’ dat in beide lezingen terugkwam haar het meest bij blijft.
Vervolgens mogen Bianca Buurman en Alistair Niemeijer reageren op elkaars lezing. Buurman herhaalt de nabijheid en ziet een overeenkomst in de erkenning, ondersteuning en waardering die het vak verdient. Niemeijer voelt herkenning bij de casussen die Buurman aan heeft gehaald. Als vader van een meervoudig gehandicapt kind heeft hij iedere casus doorleefd. Daarbij merkt hij op hoe moeilijk het is om politiek tot consensus te komen.
Martine de Vries activeert de sprekers door te vragen naar de acties die mensen zelf kunnen ondernemen. De antwoorden hierop zijn divers. Niemeijer antwoordt met het stellen van de vraag over de kwaliteit van zorg en te beseffen dat de ene vorm van kennis niet beter is dan de andere. Dit noemt hij multiperspectiviteit. Angelique Hol stemt hiermee in en vult aan dat het belangrijk is om de werkvloer in het gesprek te betrekken. Verder is een platte organisatie belangrijk met, bij voorkeur,een vorm van shared governance. Anne Karelse legt uit wat er allemaal al gedaan wordt. Zo is er de effectieve oproep om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Daarnaast wordt ingezet op positieve gezondheid, dat zijn zes dimensies die veerkracht stimuleren. Ook zijn er de best practices waarvan we leren. Het liet haar zien: het kan wél. Buurman vult aan dat een overheidscampagne over de zorg erg hoog over kan zijn. Door regionaal te kijken kun je kwetsbaren beter bereiken en tastbaarder werken. Niemeijer sluit het debat af door te wijzen op de tv programma’s. Door zichtbaarheid worden we geconfronteerd met de kwetsbaarheid van de zorg maar ook de mooie momenten.
Reactie Kamerleden
Hierop vraagt Martine de Vries of de aanwezige Julian Bushof, kamerlid voor GroenLinks-PvdA, wil reageren. Op het podium beschrijft hij hoe de politiek het zich niet kan veroorloven om achterover te leunen. “Wij moeten moeilijke keuzes durven maken – en tegelijk vertrouwen geven aan professionals om oplossingen te realiseren die vaak al op de werkvloer bekend zijn.”
Vervolgens geeft Tamara ten Hove, kamerlid PVV haar reactie. “ik ben pas twee weken geleden beëdigd als Kamerlid en ik ben zelf verpleegkundige. Ik ben hier gekomen om de stem van de werkvloer naar de politiek te brengen.” Ze sluit af met de woorden “Zorg moet je doen en niet maken.”
De ideeënwedstrijd breekt aan. Ieder jaar kunnen ideeën over ethiek en gezondheid ingediend worden bij het CEG. Drie finalisten presenteren hun idee in de stijl van de pecha kucha, wat Japans is voor roddelen. In deze voordracht krijgt de finalist zes minuten en veertig seconden de tijd om zijn of haar idee toe te lichten onder begeleiding van een slideshow van afbeeldingen.
“Wij zijn stervelingen in een kamer.” Met deze woorden opent Chagajeg Soloukey haar presentatie. Ze roept het beeld op van een zwanger koppel dat voor een onmogelijke keuze komt te staan: De foetus is ziek. Keuzes zijn: De zwangerschap afbreken, opereren tijdens de zwangerschap of opereren na de geboorte? Iedere keuze kent ingrijpende consequenties. Filosofie helpt de zorgverlener door betekenis te geven in deze situatie. In het uitvoeren van professionele nabijheid. Omdat het voor de ouders niet om een statische keuze gaat, maar om hun kind. De overgang van besluitvorming naar betekenisgeving en verbinding. Aanwezig zijn, juist wanneer het moeilijk is. Een filosofische modus operandi, een manier van handelen van mens tot mens. Ten slotte zijn we stervelingen in een kamer.
Lisa van Roermund neemt ons mee in de toekomst van het ouderschap. Voorheen was ouderschap biologisch bepaald. Een man en een vrouw worden ouders. Deze definitie verandert nu kinderen ook twee vaders of moeders kunnen hebben. Ook bestaan adoptie en draagmoederschap. Kunnen we ons voorstellen hoe technologische ontwikkelingen hier verandering in aanbrengen? Denk aan een kunstmatige baarmoeder, waarmee de zwangerschap omzeild kan worden. Wie is in deze situatie juridisch ouder? Het zal zelfs mogelijk worden om DNA te knippen. Bij een afwijking in het DNA, wordt dit stukje met gezond donor-DNA vervangen. Is deze donor dan ook een juridisch ouder? Dit vraagt om nieuwe wet- en regelgeving. Ouderschap is het zorgen voor een kind. De biologische benadering moet hiervoor aangevuld worden. Van Roermund geeft hierin geen pasklaar antwoord maar roept op om hierover na te denken.
Rose Derogee vertelt over haar werkervaringen op de soa-poli. Ze bespreekt een voorbeeld waarin een jonge man op het spreekuur komt. Hij geeft aan homoseksueel te zijn en wordt door een lange vragenlijst heen geloodst tot hij aangeeft toch niet homoseksueel te zijn. Hij wilde als hetero een consult, maar voor een heteroseksuele man is de afspraak niet gratis. Wat moet de hulpverlener doen? Ze kan hem wegsturen, maar er is geen protocol dat zegt wat te doen. Hiervoor biedt praktische ethiek voor de spreekkamer van de soa-poli een uitkomst. Ze merkt op dat seks als thema nog een taboe is waar politici niet genoeg over spreken. Ook deze zorg kent schaarste. Seks is politiek en ethisch geladen. Derogee pleit om ethiek (weer) sexy te maken.
Alle drie de finalisten ontvangen een daverend applaus. Tijdens de pauze krijgt het publiek de kans om te stemmen door een knikker in een van drie vazen te doen. De vaas en dus de finalist met de meeste stemmen wint de ideeënwedstrijd. Chagajeg Soloukey is de winnaar. Zij krijgt van juryvoorzitter Jet Bussemaker de glimmende Waagschaal.
Karien Stronks nodigt Govert den Hartogh uit om op het podium te komen. Ze licht toe hoe hij aan de titel aartsvader van de ethiek is gekomen. Ze roemt hoe hij zich in zijn werk bij de Gezondheidsraad steeds luisterend en integer heeft opgesteld. Hierna benoemd ze hem tot erelid van de Gezondheidsraad. Govert spreekt zijn dank uit.Hij belicht hoe de gezondheidsraad ethiek altijd serieus heeft genomen en sluit af met de woorden dat filosofie de kern van het vak is.
Na afloop bekijkt het publiek de fototentoonstelling Onzichtbaar maar onmisbaar van Marieke van Wieringen. Er wordt namelijk veel geschreven over zorgprofessionals, maar zonder afbeeldingen uit de praktijk. In de foto’s staan verzorgenden en hun vak centraal. Het is dan ook een ode aan de zorgprofessional. Sommige foto’s raken het ongemak bij de kijker. Zoals de blik van een man die boven de deken uitsteekt terwijl hij wordt verzorgd. Als kijker zien we de afhankelijkheid van de mens. Ook dit is zorg. De foto’s zijn uitgegeven als fotoboek dat hier verkrijgbaar is.







